Slaaptest

Feiten en fabels

Heb je een slaapprobleem?
Wil je weten of je kennis over slecht slapen klopt? Doe deze kennistest! En ontdek feiten en fabels.

Kennistest

Vraag 1
Als ik ’s ochtends denk dat ik maar drie uur geslapen heb, is dat ook echt zo.
A
eens
B
oneens
Vraag 1 
Uit onderzoek blijkt dat mensen over het algemeen langer slapen dan ze denken. Wanneer men wakker wordt in de fase van de lichte slaap, lijkt het alsof men al heel lang wakker ligt. Uit onderzoek blijkt echter dat men wel degelijk geslapen heeft, meer dan men dacht. Kortom, mensen slapen vaak meer uren dan ze denken. Wat kunt u hier zelf aan doen? Houd een periode van twee weken een slaapdagboek bij. U krijgt inzicht in hoeveel uren u werkelijk slaapt en wakker ligt.
Vraag 2
Ik rust uit in de uren die ik wakker lig.
A
eens
B
oneens
Vraag 2 
Wanneer men niet direct in slaap valt, en het lukt ontspannen in bed te blijven liggen, kunnen lichaam en geest toch uitrusten. Mits men ontspannen ligt, kan men zich, ook na een nacht met minder dan de gewenste uren slaap, voldoende uitgerust voelen om aan een nieuwe dag te beginnen. Wat kunt u zelf doen om als u wakker ligt, ontspannen te zijn? Doe (simpele) ontspanningsoefeningen, sprenkel lavendelolie op uw kussen, probeer het muziekkussen uit, luister naar ontspanningsoefeningen of muziek die u rustig maakt. Belangrijk: Probeer niet te piekeren. Probeert u zich te concentreren op uw lichaam, uw ademhaling of op een mooi beeld. Komen er weer gedachten voorbij: prima, maar ga met uw aandacht steeds weer terug naar uw lichaam of het beeld.
Vraag 3
Om ’s ochtends goed uitgerust te zijn, heb ik acht uur slaap nodig.
A
eens
B
oneens
Vraag 3 
Niet iedereen heeft acht uur slaap nodig om uitgerust op te staan. Slaapbehoeftes verschillen van persoon tot persoon en zijn ook per levensfase verschillend. Kijk maar naar het verschil in uren slaap van een baby en die van een oudere. Gemiddeld heeft een volwassene zeven of acht uur slaap nodig. Voor sommige mensen is vijf uur slaap voldoende, anderen kunnen wel tien uur slapen per dag.
Vraag 4
De uren voor 12 uur tellen dubbel.
A
eens
B
oneens
Vraag 4 
De uren voor twaalf uur tellen niet dubbel. Dat klinkt als een mooie wijsheid om kinderen wat vroeger het bed in te krijgen; het is een fabeltje.
Vraag 5
Wat ik overdag doe heeft een duidelijk effect op mijn slapen.
A
eens
B
oneens
Vraag 5 
Wat we overdag doen heeft duidelijk invloed op hoe we ’s nachts slapen.
Vraag 6
Een slaapmutsje kan geen kwaad.
A
eens
B
oneens
Vraag 6 
Een enkel glas bier of een enkel glas wijn, vlak voor het slapengaan, zorgt ervoor dat de slaap makkelijk komt. Dit noemen we een slaapmutsje. Dit kan geen kwaad. Meerdere glazen bier of wijn zorgen ervoor dat de slaap makkelijk komt, maar zorgen er ook voor dat later in de nacht onrust ontstaat, zoals nare dromen, zweten en wakker worden.
Vraag 7
Als ik een nacht slecht slaap, moet ik mijn slaap de volgende dag inhalen en extra vroeg naar bed gaan.
A
eens
B
oneens
Vraag 7 
Onderzoek laat zien dat het lichaam goed bestand is tegen tijdelijk minder slaap. Bovendien slaapt u na een periode van slaaptekort dieper en doelmatiger dan normaal. U herstelt sneller dan u denkt.
Vraag 8
Als ik na vier uur slapen al wakker word, doe ik geen oog meer dicht. Ik weet dan dat ik de volgende dag niks waard ben.
A
eens
B
oneens
Vraag 8 
Uw lichaam rust het best uit in de eerste drie tot vijf uur van de slaap, omdat dat de uren zijn waarin men diep slaapt. Uit onderzoek blijkt dat deze kernslaap op zich al voldoende is om overdag normaal te functioneren. Het maakt niet uit of je diepe slaap om tien uur begint of ’s nachts om drie uur. De rest van de nacht, na de diepe slaap dus, is een fase van voornamelijk lichte slaap ook wel de ‘luxe slaap’ genoemd; prettig, maar niet noodzakelijk. Alleen de diepe slaap of kernslaap is noodzakelijk.
Vraag 9
Als ik twee weken slecht slaap, heb ik een slaapprobleem.
A
eens
B
oneens
Vraag 9 
Stel, iemand heeft problemen op zijn werk. Hij ligt daar ’s nachts over te piekeren en slaapt slecht. Na een paar weken zijn de problemen op het werk opgelost. Toch gaat deze persoon naar bed met een gevoel van “het slapen zal vannacht wel weer niet lukken”. Vervolgens slaapt hij inderdaad slecht. Het slechte slapen heeft niks meer te maken met de oorzaak (piekeren over problemen op uw werk), maar is een eigen leven gaan leiden. Wat kunt u daaraan doen? Realiseer dat u geen slaapprobleem heeft, dat lucht op. Laat vervolgens uw negatieve gedachten los.
Vraag 10
Stel mijn slaapproblemen hebben een lichamelijke oorzaak (bijvoorbeeld de overgang of pijn in mijn rug). Dan kan ik mijn slaapprobleem niet oplossen.
A
eens
B
oneens
Vraag 10 
Sommige mensen slapen slecht omdat ze bijvoorbeeld pijn in de rug hebben of last hebben van de overgang. Belangrijk bij het niet kunnen slapen door een lichamelijke oorzaak is, dat men zich realiseert dat alleen overdag iets gedaan kan worden aan het verhelpen van deze klachten. ’s Nachts lukt dat niet. Net als een ander met slaapproblemen, moeten ook mensen met lichamelijke klachten proberen zich te ontspannen en zo goed mogelijk te genieten van de rust.
Vraag 11
Ik heb alles al geprobeerd, niks werkt bij mij. Ik houd het nu maar op slaappillen, dat is de enige echte oplossing.
A
eens
B
oneens
Vraag 11 
Slaappillen zijn ook in deze situatie geen oplossing. Uit onderzoek van het Engelse Committee on the Review of Medicines blijkt dat slaapmedicijnen maar 3-14 dagen effectief zijn. Daarna zijn ze uitgewerkt. Bovendien zijn ze verslavend. Uit onderzoek bij Novadic Kentron blijkt dat ze bij langdurig gebruik zelfs averechts werken. Gebruikers worden onrustig en suf. Het concentratie- en coördinatievermogen gaat achteruit. Elk jaar zijn er naar schatting 70 doden en 1400 gewonden in het verkeer als gevolg van deze medicijnen. Eén op de drie valpartijen bij ouderen is het gevolg van slaap- en kalmeringsmedicijnen.
Vraag 12
Al van jongs af aan heb ik veel slaap nodig. Nu ik zestig ben, is dat nog steeds zo.
A
eens
B
oneens
Vraag 12 
Bij iedere leeftijdsfase hoort een andere slaapcyclus. Naarmate je ouder wordt, slaap je lichter en word je vaker wakker. Dit is normaal voor ouderen en heeft geen effect op uw fitheid overdag. Blijf dus ’s ochtends niet langer in bed liggen omdat u denkt dat u meer slaap nodig heeft. Dit is niet nodig en kan alleen een negatief effect hebben. ’s Avonds slaapt u namelijk minder makkelijk in, omdat u uit uw ritme bent.
Vraag 13
Vrouwen slapen beter dan mannen.
A
eens
B
oneens
Vraag 13 
Vrouwen zijn vaker slechte slapers dan mannen. Er zijn zowel hormonale als psychosociale verschillen tussen mannen en vrouwen. De wisselende hormoonspiegels beïnvloeden de slaap tijdens de menstruatie cyclus, de zwangerschap en de overgang. Er zijn grote individuele verschillen. In de overgang dalen zowel oestrogenen als progesteron en dat veroorzaakt vaak een slechtere slaap. De verandering in oestrogeenspiegels leidt bij 75-85% van de vrouwen tot opvliegers, een onverwacht gevoel van warmte en hevig transpireren. Vrouwen met opvliegers hebben een meer gestoorde slaap dan vrouwen zonder opvliegers. Behalve hormonale verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er ook psychosociale verschillen tussen beiden seksen. Een verhoogde waakzaamheid zou ook een reden kunnen zijn waarom vrouwen vaker slechte slapers zijn dan mannen. Slaapapneu komt ook vaker voor bij vrouwen.
Er zijn nog 13 vragen te beantwoorden.
Overzicht
Terug
Grijze blokken zijn reeds beantwoord.
12345
678910
111213
Terug

 

Heb je minder dan 80% goed gescoord, dan kun je baat hebben bij de informatie die staat bij de vragen.
Lees vooral de teksten bij de door jou als fout gescoorde antwoorden nog eens goed door en doe er je voordeel mee.

Heb je boven de 80% goed gescoord dan lijkt het erop dat je slaapproblemen niet veroorzaakt worden door het ontbreken van informatie over lekker slapen.
Zet een stap; met of zonder hulp er is veel mogelijk! Doe het nu, wij kunnen je helpen.
Kijk verder bij het is te leren naar een aanbod dat aansluit op jouw vraag.

 

 

 

Abonneren op onze blog